IN SENEGALESE VELDEN
Senegal, 1 december 1944. Een dorpje op zo'n 15 kilometer van Dakar wordt in de vroege ochtend opgeschrikt door ratelende machinegeweren. Camp de Thiaroye is een transitkamp voor de Senegalese tirailleurs – een generieke benaming voor soldaten uit Frans koloniaal West-Afrika.
Begin november waren aan de Bretoense kust zo'n 1.300 tirailleurs ingescheept. Ze hadden vier jaar krijgsgevangenschap in Duitse kampen overleefd, hun achterstallige soldij zou in Dakar worden vereffend. Maar de betaling bleef uit, de spanning steeg en de aanwezige Franse troepen werden zenuwachtig. Op 1 december slachtten ze minstens zeventig ongewapende tirailleurs af. Mannen van wie de vaders dertig jaar eerder ook in Franse dienst aan het westelijk front ­hadden gevochten.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden 134.000 Senegalese tirailleurs op Europees grondgebied ingezet – meer dan duizend onder hen sneuvelden in Vlaanderen, een meervoud in Frankrijk. Het 'Senegalese bunkertje' in Oudekapelle (Diksmuide) herinnert er ons aan. Gebouwd in 1918 door het Belgische leger, maar duidelijk gebruikt door koloniale troepen, zoals de spitse hoefijzerboog met Arabische tekens aangeeft. Zelfs het beton rond de inscripties van het Belgische leger vormt zich stilaan naar de kaart van Afrika.
foto's en tekst : Servaas Van Belle
Back to Top