Het duurde even voor ik het opmerkte.
Meer dan een schuilplaats voor dieren zag ik niet.
Verder dan het woord stal keek ik niet.
Banaliteit overwinnen vergt tijd. 
Boeiende kleurschakeringen en de meest uiteenlopende constructies, opgetrokken uit een allegaartje van materialen zoals golfplaten, houtresten, garagepoorten, boomstammen, bakstenen of betonplaten met barsten, scheuren, deuken en bulten. Pretentieloos maar functioneel. Soms als een patchwork overeind gehouden met behulp van mos, klimop, ijzerdraadjes en verroeste nagels. Langzaam lijken ze te worden verfrommeld of staan ze als door reuma geteisterd kromgebogen in de vlakte, uithijgend na jarenlange dienst. Een vleugje wind als genadeschot kan volstaan om deze broze composities te molesteren. Kubussen, prisma’s, balken, piramides en cilinders die elkaar nog even wonderlijk in evenwicht weten te houden wachten geduldig af. 
Een spel van lijnen en vlakken. Een opeenstapeling van primitieve vormen. 
Autonome sculpturen die mijn prooi werden. 
Ik joeg op de huid van vervelde rupsen en wankele skeletten, passeerde getorste lichamen en ranke bouwsels waarvan de lagen wel jaarringen lijken. Langs de kant van de weg vond ik een iconisch autowrak, eeuwelingen en executiepalen. Halfverteerde gebouwen en verlepte opleggers wisselen elkaar af. Diep in de velden verschenen galgen en geheime ceremoniële locaties van een of andere sekte of palen die als een nest wormen uit de grond kronkelen.
Hier en daar slechts een suggestieve afdruk als stille getuige. 
Voor wie het wil zien is het ontroerend mooi.                                 
Uit de mist doemt mijn prooi langzaam op. Verder niks.  
Een tête-à-tête in een arena van prikkeldraad.
                                         
Servaas Van Belle
(binnenkort meer info)
“Een ongeziene ode aan deze anonieme, vaak onbedoelde sculpturen op een sokkel van nat gras in een veld vol wierook.”

— Stephan Vanfleteren
Back to Top