Servaas Van Belle ging vijf jaar lang in alle uithoeken van België op zoek naar de meest tot de verbeelding sprekende stalletjes, om ze daarna consequent onder dezelfde ideale lichtomstandigheden te fotograferen. En ideaal betekent voor Van Belle: in dichte mist.
Schuilplaatsen voor vee zijn in die mate een evidentie in onze omgeving en cultuur dat ze zelden worden opgemerkt. Nochtans staan er in het Belgische landschap architecturale pareltjes. Deze stallen en barakken zijn een groepswerk van man en natuur, en kunnen ontroerend mooi zijn. Talrijke vormen en formaten, opgetrokken uit diverse (afbraak)materialen en met een uiteenlopend kleurenpalet, sieren het landschap. Met de tand des tijds duidelijk zichtbaar ademen ze verhalen.
Een foto van een verweerde stal is een allegorie voor ons leven: we modderen allemaal maar wat aan, we doen ons best, we houden ons kranig, we krijgen onderweg kletsen, we lopen littekens op en we sneuvelen uiteindelijk allemaal horizontaal. De mens koestert een diep verlangen naar beschutting, warmte en veiligheid. Dat maakt deze wonderbaarlijke bouwwerkjes zo menselijk. Ze schitteren door gebrek, misrekeningen, mankementen en armtierigheid.
EEN MEESTERLIJK ZOOTJE

Het duurde even voor ik het opmerkte.
Meer dan een schuilplaats voor dieren zag ik niet.
Verder dan het woord stal keek ik niet.
Banaliteit overwinnen vergt tijd. 

Boeiende kleurschakeringen en de meest uiteenlopende constructies, opgetrokken uit een allegaartje van materialen zoals golfplaten, houtresten, garagepoorten, boomstammen, bakstenen of betonplaten met barsten, scheuren, deuken en bulten. Pretentieloos maar functioneel. Soms als een patchwork overeind gehouden met behulp van mos, klimop, ijzerdraadjes en verroeste nagels. Langzaam lijken ze te worden verfrommeld of staan ze als door reuma geteisterd kromgebogen in de vlakte, uithijgend na jarenlange dienst. Een vleugje wind als genadeschot kan volstaan om deze broze composities te molesteren. Kubussen, prisma’s, balken, piramides en cilinders die elkaar nog even wonderlijk in evenwicht weten te houden wachten geduldig af. Een spel van lijnen en vlakken. Een opeenstapeling van primitieve vormen. 
Autonome sculpturen die mijn prooi werden. 
Ik joeg op de huid van vervelde rupsen en wankele skeletten, passeerde getorste lichamen en ranke bouwsels waarvan de lagen wel jaarringen lijken. Langs de kant van de weg vond ik een iconisch autowrak, eeuwelingen en executiepalen. Halfverteerde gebouwen en verlepte opleggers wisselen elkaar af. Diep in de velden verschenen galgen en geheime ceremoniële locaties van een of andere sekte of palen die als een nest wormen uit de grond kronkelen.Hier en daar slechts een suggestieve afdruk als stille getuige. 
Voor wie het wil zien is het ontroerend mooi.

Uit de mist doemt mijn prooi langzaam op. Verder niks.  
Een tête-à-tête in een arena van prikkeldraad.
                                         
Servaas Van Belle

“Een ongeziene ode aan deze anonieme, vaak onbedoelde sculpturen op een sokkel van nat gras in een veld vol wierook.”

— Stephan Vanfleteren
Back to Top